| De Biografie van Augustinus | Volgende |
Meer dan zestien eeuwen liggen er tussen ons en Augustinus. Hij was geboren op 13 november 354 in Tagaste, dat wij nu kennen als Souk-Ahras in Algerije. Tagaste maakte deel uit van de provincie Numidiƫ in Noord-Afrika, dat zelf weer een provincie was van het grote Romeinse Rijk. Beide feiten hebben hun betekenis: want al was Augustinus' culturele opvoeding Romeins, hijzelf ging toch groot op zijn Afrikaanse wortels. Aan een Noord-Afrikaan die spotte met de Punische namen van sommige martelaren, antwoordde hij dat die briefschrijver eraan moest denken "dat hij een Afrikaan was die schreef voor Afrikanen, en dat zij beiden in Afrika leefden".
Over niemand uit de oudheid hebben wij meer informatie dan over Augustinus. In tegenstelling tot andere kerkleiders, behoorden zijn ouders niet tot de hogere stand; hij spreekt van zijn "arme ouders". Zijn vader Patricius was een kleine landeigenaar, lid van de gemeenteraad, die grote offers moest brengen om zijn zoon, die een veelbelovende leerling was op school, een klassieke opleiding te laten volgen. Toch was zo'n hogere opleiding de toegang tot een politieke loopbaan. Zijn vader was niet in staat zijn verdere studie buiten Tagaste te bekostigen. Gelukkig vonden zij in hun dorp de rijke Volusianus bereid om de mecenas te worden van de jeugdige Augustinus. Patricius was een heiden. Hij was mild, maar ook heetgebakerd en niet atijd trouw aan zijn vrouw; maar hij sloeg zijn vrouw niet, en dat was al iets bijzonders in die tijd. Kort voor hij stierf, liet hij zich dopen op aandringen van zijn vrouw. Augustinus' vader speelt nagenoeg geen rol in zijn geschriften. Is dat omdat zijn vader stierf terwijl Augustinus nog maar zestien of zeventien jaar was, of omdat hij geen christen was?
In tegenstelling tot zijn vader speelt zijn moeder, Monnica, een heel belangrijke rol in het leven en de werken van Augustinus. Ze was opgegroeid in een christelijk gezin en een vrouw met een grote innerlijke kracht: geduldig, vastberaden, waardig, boven roddelpraat staande, vredestichtster in haar omgeving. Haar relatie met haar man was verre van slaafs; zij kon wachten zonder een uitdagend woord te zeggen totdat Patricius' woede over was. Dan legde zij hem rustig uit dat zij gelijk had. Augustinus vertelt ons dat "zij ervan hield haar zoon bij zich te hebben, zoals dat het geval is bij moeders, maar zij wilde het veel sterker dan de meeste moeders". Als kind hoorde hij haar spreken over het eeuwige leven dat Jezus Christus ons beloofde. Zoals hij later toegaf, zijn kinderlijk hart had tegelijk met haar moedermelk de naam van Christus in zich opgenomen en bewaarde altijd een herinnering daaraan. Haar vastberadenheid bleek toen zij haar zoon de toegang tot haar huis weigerde nadat hij zich aangesloten had bij de manicheeƫrs. Haar levenswens was de bekering van haar kind: "Mijn moeder, uw trouwe dienares, weende bij U voor mij meer dan moeders hun dode kinderen bewenen". Om die reden bezocht zij een bisschop en drong erop aan dat hij een gesprek zou hebben met haar zoon. Korzelig antwoordde de bisschop: "Ga weg; een zoon van zoveel tranen kan niet verloren gaan". Toen Augustinus op achtentwintigjarige leeftijd 's nachts het zeilschip nam van Afrika naar Rome, schrijft hij in zijn Belijdenissen: "Ik heb geen woorden om haar liefde voor mij te beschrijven en met hoeveel meer angst zij nu geboortepijn leed voor mijn geestelijk heil dan toen zij mij fysisch baarde. Ik zie niet hoe zij had kunnen genezen als mijn dood in de zonde het binnenste van haar liefde doorboord zou hebben".
Van de overige familieleden van Augustinus weten we niet veel. We weten alleen dat hij minstens een broer had, Navigius, en een zuster wier naam we niet kennen, en die later als weduwe aan het hoofd stond van een religieuze gemeenschap.
| De Biografie van Augustinus | Volgende |