Vorige De Biografie van Augustinus Volgende

De Plichten van een Bisschop

Het Primaatschap van de Bijbel

Als bisschop leidde Augustinus een heel druk leven. Al zijn tijd werd in beslag genomen door preken, onderricht, catechese, synoden, publieke discussies, en reizen door heel Noord-Afrika. Keizer Constantijn had bovendien de bisschoppen aangesteld als lokale rechters. Elke voormiddag had Augustinus te luisteren naar rechtsgedingen: erfeniskwesties, voogdijzaken, eigendomsbetwistingen, grensgeschillen enzovoort, allemaal dingen waarvan hij niet hield. In feite was hij een man van studie en contemplatie die heel veel schreef. Zijn werken beslaan ongeveer 12.000 bladzijden in moderne druk: 113 boeken, 247 brieven en meer dan 500 preken. Hoe kon hij al die activiteiten aan? Hijzelf geeft min of meer het antwoord door te verklaren dat hij vooral 's nachts schreef. Dan dicteerde hij zijn werken aan stenografen.

Zijn vriend en levensbeschrijver, Possidius, vertelt ons dat hij na het afhandelen van tijdelijke en vervelende zaken zijn geest richtte op het overwegen van de heilige Schrift. Het belang van de bijbel in zijn geschriften kan niet genoeg benadrukt worden. Hij kende de bijbel van buiten, hij was voor hem het verhevenste punt van alle waarheid, de bron van alle onderricht, het centrum van alle cultureel en geestelijk leven. Zijn theologie was bijbels in de volle zin van het woord. Zijn groot verlangen was dat door zijn stem het woord van God zou gehoord worden. Het is kenmerkend dat bijna alles wat hij schreef op aanvraag van anderen gebeurde. Er zijn maar heel weinig boeken die niet ontstaan zijn door externe omstandigheden. We willen een ruwe classificatie van zijn werken geven.

Anti-Manicheïstische Geschriften

Augustinus beschouwde het als zijn eerste plicht zich toe te leggen op de bekering van zijn vroegere vrienden, de manicheeërs. Wat hij als de waarheid had beschouwd, zag hij nu als een dwaling. Hijzelf was verantwoordelijk geweest voor het feit dat de groep rond hem overgegaan was naar de religie van Mani. Nu probeerde hij hen zoveel mogelijk terug te winnen voor het christendom. Daarom waren zijn eerste geschriften vooral een weerlegging van het manicheïsme.

Anti-Donatistische Geschriften

Zodra Augustinus een ambt binnen de kerk bekleedde, zag hij zich gedwongen zich bezig te houden met de droevige situatie van de gespletenheid van de Noord-Afrikaanse kerk ten gevolge van het donatistische schisma. Eenheid tussen christenen werd een belangrijk punt van zijn programma. Iedere plaats had een donatistische en een katholieke kerk, ieder diocees een donatistische en een katholieke bisschop, in totaal ongeveer 300 bisschoppen aan iedere kant. Allen één in Christus was een fictie. De donatisten maakten er aanspraak op de enige zuivere kerk te zijn; de katholieken waren verraders van de zuiverheid van de christelijke wet. Om te meten hoe pijnlijk de scheuring was, moet men bedenken dat de donatisten dezelfde heilige Schrift, hetzelfde geloof, dezelfde sacramenten, dezelfde liturgie hadden als de katholieken. Alleen haat verdeelde de christenen in Noord-Afrika en het conflict ontaardde vaak in een burgeroorlog. Heel energiek wijdde Augustinus zich aan zijn taak vrede en eenheid te herstellen, maar daarin is hij nooit volledig geslaagd. Zelfs de grote conferentie in 411 te Karthago onder het voorzitterschap van de zeer gewetensvolle keizerlijke legaat, Marcellinus, betekende geen totale verzoening. Twee jaar later werd Marcellinus zelf in Karthago terechtgesteld in nooit opgehelderde omstandigheden. Deze moord betekende een zware slag voor Augustinus. Het was een van de redenen waarom hij al zijn enthousiasme voor een samengaan van het Romeinse Rijk met de katholieke kerk verloor.

Anti-Pelagiaanse Geschriften

Na de veroordeling van het donatisme in 411 had Augustinus gehoopt wat rust te vinden. Maar hij geraakte opnieuw betrokken in een controverse, nu met het pelagianisme. Pelagius was een dienaar van God, de inspirator van een radicaal en ascetisch christelijk leven, die hoog in aanzien stond bij de Romeinse aristocratie. Hij legde veel nadruk op de vrije wil en de inspanningen van de mens als deze de christelijke volmaaktheid wenste te bereiken. Omdat volmaaktheid binnen het vermogen van de mens ligt, is ze ook een verplichting. Het lag dus voor de hand dat Pelagius geschandalisserd was door een uitspraak van Augustinus in zijn Belijdenissen over God: "Beveel wat Gij wilt, maar geef wat Gij beveelt". Pelagius beschouwde dit als lafheid en laksheid. Pelagius' opvatting stond in tegenstelling tot Augustinus' ervaring als bekeerling. Pelagius ontkende de rol van Gods genade niet, maar beschouwde die eerder als een hulp van buitenaf. Zoals Paulus was Augustinus ervan overtuigd dat Gods genade van binnen de wil moet versterken; alle goede dingen die wij doen zijn gaven van de goddelijke genade. Hij meende dat de pelagiaanse eis van een kerk zonder smet of rimpel de herhaling was van de donatistische aanmatiging van een reine kerk. Augustinus zag de verhouding tussen genade en vrijheid veel complexer. Vrijheid is geen statisch gegeven, maar ze is steeds in wording. Van nature is onze vrijheid beperkt; bijgevolg moet ook onze vrijheid bevrijd worden. Augustinus geloofde in het bestaan van een oerzonde die een collectieve schuld veroorzaakte; de mensheid is als geheel verantwoordelijk voor het kwaad in de wereld. Natuurlijk hoeft men het niet op alle punten eens te zijn met Augustinus, zoals bijvoorbeeld over het ongelukkige lot van ongedoopte kinderen, over de wijze van overdracht van een oerschuld enzovoort, maar zijn opvatting van een oerzonde kan men ook niet zomaar terzijde schuiven. Daarvoor is de realiteit te hard.

Augustinus' laatste werk, dat onvoltooid bleef, was gericht tegen de pelagiaan, Julianus van Eclanum, de zoon van een Italiaanse bisschop met wie Augustinus bevriend was. Julianus was de meest bekwame tegenstander die Augustinus ooit ontmoet had; hij was veel jonger dan Augustinus en de controverse was een dramatische en pijnlijke ervaring, waarbij de standpunten zich nog verhardden.

Vorige De Biografie van Augustinus Volgende