Vorige Augustijne Heiligen Volgende

Thomas van Villanova

Feestdag 25 november

Thomas werd in 1486 geboren in Fuenllana in Castillië (Spanje). Villanueva de Los Infantes, de plaats waar hij opgroeide, behield hij als tweede naam. Zijn ouders konden hem laten studeren aan de beroemde universiteit van Alcalá de Henares, hoewel zijn niet zo bemiddeld waren. Thomas, 16 jaar oud, was zo’n uitstekend student dat men hem, toen hij de academische graad van magister artium verkregen had, meteen een leerstoel aanbood. Hij was professor aan de Alacalá universiteit van 1513 – 1516. Hij trad toe tot de Augustijnenorde in 1516 en werd in 1518 priester gewijd. Hij was prior in de kloosters van Salamanca, Burgos en Valladolid. Daarna werd hij provinciaal van Andalusië (1527 – 1530) en van Castillië (1534 – 1537). Tijdens dit ambt zond hij medebroeders naar de Nieuwe Wereld waar zij de Orde oprichtten in Mexico.
Karel V beluisterde graag zijn preken en vroeg hem dikwijls om raad. Hij benoemde hem tot aartsbisschop van Granada maar Thomas verzaakte eraan. In 1544 werd hij, door gehoorzaamheid gedwongen, het bisdom Valencia op zich te nemen. Het was een rijk maar verwaarloosd bisdom dat meer dan 100 jaar geen residerend bisschop meer had gekend. Waarschijnlijk was de jammerlijke toestand van het bisdom de oorzaak dat hij niet op het concilie van Trente was. Maar de meeste bisschoppen van Castillië kwamen bij hem te rade voor zij naar het concilie trokken.
Thomas zetten zich met al zijn krachten in voor het geestelijk en materieel welzijn van zijn volk. Hij preekte, gaf onderricht, leerde en vermaande in persoonlijke gesprekken en in het openbaar als dat nodig was. Door zijn onderricht en prediking had hij een grote invloed op de vooruitgang van de studie en de spiritualiteit binnen de orde. Hij was ook een promotor van de Devotio moderna in Spanje. Als een tijdgenoot van Luther, beschul­digde hij in zijn preken heel scherp de clerus en de monniken van moreel verval en ontrouw aan het evangelie.

De rijke inkomsten van bisdom, besteedde hij in grote mate om de armen te helpen. Zijn bezorgdheid voor de kleinen, de zieken, de jongeren in gevaar en de armen in nood kenmerkten zijn apostolaat, zodat de mensen hem “de vader van de armen” noemden. In dit verband herhaalde hij de woorden van Augustinus: “De overvloedige goederen van de rijken behoren rechtens toe aan de armen. Jezus is het die onze gaven ontvangt in de armen”. Vele preken en geschriften droegen bij tot de geestelijke literatuur van Spanje. Hij stierf op 8 september 1555 en zijn lichaam werd bijgezet in de kathedraal van Valencia. In 1658 werd hij heilig verklaard.

Vorige Augustijne Heiligen Volgende